home   

De strijd om de rechten

OF

Waarom Blankwaardt & Schoonhoven 'samenwerkte' met Dalmeijer.

1. De Aanleiding.

Dalmeijer, uitgever van de Cinema Romans, zond eind oktober 1919 de volgende titels naar de Commissie tot regeling van het vertalingsrecht met het verzoek hierop het vertalingsrecht te verlenen:

Tarzan of the Apes, London 1919 (1e druk Londen 1917)
De return of Tarzan, London 1919 (1e druk Londen 1918)
The beasts of Tarzan, London 1919 (1e druk Londen 1918)
The son of Tarzan , London 1919
Tarzan and the Jewels of Opar, London 1919
Jungle tales of Tarzan, London 1919

Door de firma Blankwaardt & Schoonhoven werden met hetzelfde doel op 11 november 1919 de eerste vijf titels ingezonden met het recht van autorisatie tot vertaling in het Nederlands, dat ze hadden verkregen van zowel de Amerikaanse als de Engelse uitgevers op 9 oktober 1919.
Een uitspraak over de toekenning van het vertalingsrecht werd door de commissie opgeschort tot na de uitspraak van het Scheidsgerecht van de Vereniging van Boekhandelaren in een vergelijkbaar geschil.

2. De Escalatie.

Vooruitlopend op de uitspraak plaatste de firma Blankwaardt & Schoonhoven op 14, 18 en  21 november 1919 steeds de volgende advertentie in het Nieuwsblad voor de boekhandel.

Advertentie
            Blankwaardt

Op 1 december 1919 meldt de Commissie tot regeling van het vertalingsrecht dat volgens de laatste opgave is ingekomen:

Burroughs, Edgar Rice: The Son of Tarzan, 2d edition, London 1919, op 24 oktober 1919 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. (De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1917)
Burroughs, Edgar Rice: The Return of Tarzan, 4th edition, London 1919, op 24 oktober 1919 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. (De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1915)
Burroughs, Edgar Rice: Tarzan of the Apes, 4th edition, London 1919, op 24 oktober 1919 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. (De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1914)
Burroughs, Edgar Rice: The Beasts of Tarzan, 3d edition, London 1919, op 29 oktober 1919 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. (De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1916)
Burroughs, Edgar Rice: Tarzan and the jewels of Opar, London 1919, op 29 oktober 1919 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. (De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1918)
Burroughs, Edgar Rice: Jungle Tales of Tarzan, London 1919, op 1 november 1919 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. (De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in Maart 1919)

In aansluiting op de mededeling over de opschorting van de uitspraak deelt de commissie nu mee, dat, naar haar is gebleken, het vertalingsrecht van bovengenoemde werken "op grond van art. 5 Regl. Vertal. en in verband met de voor ons land in de plaats van art. 8 der Herziene Berner Conventie geldende bepaling" moet worden toegekend aan J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam.

 Hierop plaatste Dalmeijer de volgende waarschuwing in het nieuwsblad van 16 december 1919.
Advertentie met
                  waarschuwing
WAARSCHUWING
Ingevolge beslissing van de COMMISSIE TER REGELING VAN HET VERTALINGSRECHT (zie Nieuwsblad van 2 december 1919) werd aan ondergeteekende toegekend het recht van uitgaaf der Nederlandsche vertaling van
de TARZAN-boeken
van BURROUGHS. Desniettegenstaande (en zelfs zonder de beslissing der Commissie af te wachten, aldus inbreuk makend op hare prerogatieven) kondigt de firma  BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN aan, dat ook zij vertalingen van deze boeken zal doen verschijnen.
H.H. Boekhandelaren:
Wacht U voor SCHADE
Ingevolge mededeeling der Commissie zal, indien de firma BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN (en dus ook indien eenige andere firma) eene vertaling het licht laat zien, op deze worden toegepast de bepalingen van het Art. 19 en vgg., van het Reglement, o.a. hierop neerkomende, dat de verkoop dezer, onrechtmatige, vertaling of bewerking in den boekhandel wordt verboden.
Van andere zijde is men voornemens een armzalig opgesteld verwaterd resumé van de TARZAN-boeken dat niet meer waarde heeft dan een tekstboekje van een tooneelvertooning en uit psychologisch-opvoedkundig oogpunt van even schadelijke werking is als de WILSON'S en andere dergelijke detective-verhalen-van-laag-gehalte, door den Boekhandel te doen verkoopen.
(waarschijnlijk wordt hier gedoeld op de uitgave van Sijthoff. M.J.)<
De schade, die door deze voorgenomen onderneming aan de litterairen smaak het het publiek zal worden toegebracht, is niet te berekenen, doch zal beslist vanfatale werking zijn.
Een en ander geeft mij aanleiding door mijne zorgen twee wel-verzorgde uitgaven te doen verschijnen, waartegen
GEENE CONCURRENTIE MOGELIJK
zal zijn. Ten overvloede zal door zéér royale reclame en andere middelen worden zorg gedragen, dat
het publiek DEZE uitgaven zal verlangen
Nadere bijzonderheden met enkele dagen.
Amsterdam, 6 December 1919  J.C. Dalmeijer
J.C. Dalmeijer J.C. Dalmeijer (1923)

Blankwaardt & Schoonhoven laat het hier uiteraard niet bij zitten en komt met de volgende publicatie:

De Tarzan-boeken
   Naar aanleiding der annonce van den heer J. C. Dalmeijer het volgende (zie Nieuwsblad v. d. 16en December):
   Het feit, dat de Commissie tot Regeling van het Vertaalrecht gemeend heeft het vertaalrecht van de vijf deelen der Tarzan-serie aan den heer J. C. Dalmeijer te moeten toekennen bij inzending van de Engelsche editie, geeft ons aanleiding daaromtrent het een en ander in het midden te brengen.
   In de eerste plaats moeten wij mededeelen, dat onze firma reeds 9 October in het bezit was van een schrijven der firma Methuen & Co., te Londen, die ons de vertaalrechten toestond voor een niet onbelangrijk bedrag. Waar de heer Dalmeijer eerst 24 October de boeken ter aanteekening inzond (de Engelsche uitgave), is het zeer de vraag of artikel 9 van het Reglement ter Regeling van het Vertaalrecht hier niet van toepassing is. Doch dit daargelaten moeten wij wijzen op een ander punt, waaruit o.i. blijkt, dat de Commissie in haar beoordeeling meet met twee maten.
   In 1918 en in dit jaar zonden wij ter aanteekening twee werken van Myrtle Reed. In het eerste geval, dat «Old Rose end Silver» betrof, zonden wij in de Engelsche editie, verschenen bij Methuen & Co. Doch niettegenstaande Myrtle Reed een Amerikaansche schrijfster is en niettegenstaande de Engelsche editie duidelijk vermeldde, dat het werk oorspronkelijk in Amerika verschenen was, weigerde de Commissie het vertaalrecht te verleenen op de Engelsche editie en eischte zending van de Amerikaansche, waarna eerst het vertaalrecht verleend werd. Nog sterker is het tweede geval, dat «A Weaver of Dreams» betreft. Daarvan zonden wij onmiddellijk de Amerikaansche editie in, waarop wij bericht ontvingen, dat de Commissie aanraadde met de aanteekening te wachten tot na 1921 (het boek is in 1911 verschenen), omdat de Engelsche uitgever misschien rechten zou doen gelden.
   Hoe vallen deze beslissingen der Commissie te rijmen met die, welke zij in de Tarzanquaestie heeft genomen?
   Immers in het Tarzan-geval, geheel overeenkomend met dat van «Old Rose and Silver», geeft de Commissie wel op inzending van de Engelsche edities het vertaalrecht aan den heer Dalmeijer, dat zij aan ons voor Myrtle Reed's werk weigerde, en zond zij ons de boeken, welke wij haar in de Amerikaansche uitgave na 24 October deden geworden, terug; want dat de heer Dalmeijer het vertaalrecht kreeg na inzending van de Engelsche edities, blijkt uit de aankondigingen in het Nieuwsblad.
   En bovendien dit nog: Met welk recht kent de Commissie het vertaalrecht van «Tarzan and the Beasts» toe aan den Heer Dalmeijer, waar de allereerste druk van dat werk vermeldt, dat het uitgegeven is:
London
C. F. Cazenove
Chicago: A. C. Mc. Clurg & Co.
1916
   Had de Commissie deze uitgave ingezien, wij betwijfelen of zij dan aan den Heer Dalmeijer het vertaalrecht zou hebben toegekend.
   Afgezien van het moreele recht, dat onze firma heeft, meenen wij, dat de Commissie tot Regeling van het Vertaalrecht, bij het toekennen van het vertaalrecht der Tarzanserie aan den Heer Dalmeijer, met twee maten meet, waarmede wij ons niet kunnen vereenigen, in de eerste plaats omdat wij het recht van uitgave hebben door autorisatie en in de tweede plaats, dat wij de eenigen waren, die de Amerikaansche editie aan de Commissie hebben aangeboden, wat volgens haar, om het recht tot vertaling te krijgen noodzakelijk is. Wij twijfelen er dan ook niet aan of de Commissie zal op haar naar o. i. onrechtvaardig besluit terugkomen.
   BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN.
   Rijswijk (Z.-H.), 17 Dec. 1919.

De commissie blijft echter bij haar standpunt en weerlegt bovenstaande van Blankwaardt & Schoonhoven alsvolgt:
 
Naar het oordeel onzer Commissie is het vertaalrecht van bovenbedoelde voor het eerst in Amerika en daarna mede in Engeland verschenen werken van den Amerikaanschen schrijver Edgar Rice Burroughs vrij. Dit oordeel vloeit voort uit de bepaling der Herziene Berner Conventie nopens het vertaalrecht, zooals deze bepaling voor ons land van kracht is. Hetgeen Mr. Snijder van Wissenkerke hierover in diens «Het Auteursrecht in Nederland» o.a. als toelichting geeft, volge hier ter verduidelijking:
 «Daar de door Nederland in de plaats van artikel 8 der Berlijnsche overeenkomst aanvaarde bepaling alleen voor auteurs, tehuis behoorende in een Unieland, het vertaalrecht regelt, en niet - gelijk genoemd artikel 8 - ook voor zooveel in een Unieland voor de eerste maal openbaargemaakte werken van onderdanen van niet aangesloten landen betreft, blijven hier te lande onbeschermd, met betrekking tot het vertaalrecht, de in een ander Unieland verschenen werken van schrijvers, die niet onderdaan zijn van een toegetreden land».
De Commissie moet erkennen dat voorheen hare zienswijze ten dezen een andere was en vandaar dan ook - gelijk in beide door de firma Blankwaardt & Schoonhoven hierboven genoemde gevallen - dat vroeger inzending uitsluitend van Amerikaansche uitgaven werd verlangd of het uitsluitend vertaalrecht eener Amerikaansche uitgaaf door eene in Engeland verschenen editie werd geacht te zijn gewaarborgd.
Wat het door de firma Blankwaardt & Schoonhoven aangehaalde art. 9 van het Reglement betreft, dit wijst op rechten en bevoegdheden krachtens tractaat of wet. Waar de bewuste werken van Burroughs ten opzichte van het vertalingsrecht geene bescherming in Nederland genieten en eene autorisatie dus van geenerlei invloed is, komt het ons voor dat rechten en bevoegdheden, als in dit artikel bedoeld, niet bestaan en kan dus bezwaarlijk hierop een beroep worden gedaan.
Wat het jaar van uitgave van «The beasts of Tarzan» aangaat, blijkens de bibliographieën is dit werk in 1916 te Chicago en in 1918 voor het eerst te Londen verschenen welk laatste jaartal overeenstemt met de mededeeling in de Engelsche uitgave: «first published in Great Britain 5 Sept. 1918». Doch al moge dit werk ook in 1916 te Londen zijn verschenen, als gevolg van bovenbedoelde wettelijke bepaling blijft ook dit werk van den Amerikaanschen schrijver Burroughs ten opzichte van het vertaalrecht hier te lande onbeschermd.
De Commissie kan dus in dezen geene wijziging in de toekenning van het vertalingsrecht der werken van Burroughs brengen, en al moge voorheen ook ten aanzien van dergelijke uitgaven eene andere opvatting door haar zijn gehuldigd, zij is gehouden het recht naar haar beste weten te verleenen aan hem die overeenkomstig het reglement hierop aanspraak heeft.
Namens de Commissie tot regeling van het Vertalingsrecht:
J. L. WILLEM SEYFFARDT, Voorzitter
J. H. DE Wit, Secretaris
Amsterdam, 19 December 1919


Blankwaardt & Schoonhoven reageert op 23 december 1919 met:

H.H. UITGEVERS
Alvorens in te gaan op eventueele aanbiedingen tot aankoop van de vertalingsrechten van de TARZANSERIE, is het gewenscht eerst inlichtingen in te winnen bij
Rijswijk (Z.-H.)  BLANKWAART (sic) & SCHOONHOVEN


3. De Oplossing

En dan verschijnt op 23 januari 1920 de volgende advertentie:

advertentie
                  over samenwerking
De TARZAN-boeken
Ondergetekenden berichten hierbij, dat de Nederlandsche uitgaaf der TARZAN-boeken door hen gezamenlijk zal geschieden.
RIJSWIJK-AMSTERDAM BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN
J.C.DALMEIJER

en op 21 oktober 1920 meldt de Commissie tot regeling van het vertalingsrecht dat bij de commissie zijn ingekomen:

Zes afgedrukte vellen zijn vertoond van de beide volgende werken:
Burroughs, Edgar Rice: Tarzan of the Apes. London 1919, op 20 October 1920 door Blankwaardt & Schoonhoven, uitgevers te Rijswijk (Z.-H.).
Burroughs, Edgar Rice: The Return of Tarzan. Londen 1919, op 20 October 1920 door Blankwaardt & Schoonhoven, uitgevers te Rijswijk (Z.-H.).
(Beide werken werden op 24 October 1919 ter vertaling aangetekend door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam. Blijkens advertentie in het N.v.d.B. 1920 No. 7 en volgens schriftelijke mededeeling van de firma Blankwaardt & Schoonhoven zullen deze werken door hen gezamenlijk worden uitgegeven.)

en op 25 oktober 1920:

Burroughs, Edgar Rice: The son of Tarzan, Second edition, London (1919), op 23 October 1920 door Blankwaardt & Schoonhoven, uitgevers te Rijswijk (Z.-H.).
(De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1917)

en op 1 november 1920:

Burroughs, Edgar Rice: The beasts of Tarzan, 3d edition, London 1919, op 29 October 1920 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam.
(De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1916)
Burroughs, Edgar Rice: Tarzan and the jewels of Opar, London 1919, op 29 October 1920 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam.

en op 4 november 1920:

Burroughs, Edgar Rice: Tarzan and the jewels of Opar, London 1919, op 29 October 1920 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam.
(De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1918)
Opnieuw geplaatst met verbeterde opgave.
Burroughs, Edgar Rice: Jungle Tales of Tarzan, London (1919), op 29 October 1920 door J.C. Dalmeijer, uitgever te Amsterdam.
(De eerste uitgaaf van dit werk verscheen te Chicago in 1919)


4. Het Resultaat

Op 26 oktober 1920, zie daar, bij de nieuw uitgekomen werken verschijnt:

Nieuwe uitgave Burroughs, Edgar Rice: Tarzan van de
apen. Uit het Engelsch bewerkt door
W.J.A. Roldanus jr. Geautoriseerde ver-
taling. Rijswijk (Z.-H.), Blankwaardt &
Schoonhoven. Amsterdam, J.C. Dalmeijer.
8°. (203 blz.) ƒ 3,75; geb. ƒ 4,90

Dat de 'samenwerking' niet van harte ging moge ook blijken uit onderstaande aanbieding van Blankwaardt & Schoonhoven, waarin Dalmeijer nergens genoemd wordt:

aanbieding blankwaardt

Dalmeijer zelf kwam tenslotte op 9 september 1921 (Bron Cinema Romans van H. Komrij) uit met de Cinema-Roman: 'TARZAN van de APEN' met daarin de eerste 17 hoofdstukken.
Het vervolg kwam 14 november 1921 in 'TARZAN's LIEFDE'.
In deze uitgaven geen letter over Blankwaardt & Schoonhoven!



De inhoud op deze pagina staat onder :
copyright 2000/2016 by Marten Jonker.